Halfweg de twaalfde eeuw schonk Robertus, de deken van Schellebelle, de kerk van Serskamp met al haar bezittingen aan de Norbertijnenabdij van Drongen. Voorwaarde daarbij was wel dat de abdij er een nonnenklooster zou oprichten. De bisschop van Kamerijk (Cambrai in Noord-Frankrijk nu) keurde die overdracht goed en de abdij stelde de proost van het klooster aan. Hij zou de kloosterkerk bedienen.
De Norbertinessen bleven ruim een eeuw in Serskamp en verhuisden in 1256 naar de wat verder af gelegen wijk Tussenbeke, te situeren tussen de Wellebeek en de Molenbeek, kortbij het huidige waterzuiveringsstation in de velden tussen Serskamp, Wichelen, Wanzele en Lede.
De Beeldenstorm woedde in 1566 ook daar en nauwelijks twaalf jaar later werd het klooster volledig verwoest. De kloostergemeenschap werd er verdreven. Zij zou de daaropvolgende jaren zwerven tussen Gent en Aalst. Pas in 1599 was ze terug.
In 1705 werd de zorg voor de Norbertinessen overgedragen aan de abdij van Grimbergen. Kort daarna is de schuttersgilde Sint-Sebastiaan in Serskamp opgericht. Het octrooi of de machtiging tot oprichting berust nog altijd in voornoemde abdij. De pentekening hierbij is afkomstig uit de Flandria Illustrata en dateert uit het midden van de 17de eeuw. Ze geeft een idee van de omvang van het klooster van Tussenbeke.
Bij decreet van 17 maart 1783 werden alle kloosters van Norbertinessen afgeschaft. Het merendeel van de 22 zusters nam hun intrek bij familie. In de daaropvolgende jaren werden alle roerende en onroerende goederen verkocht. Zo weten we dat er 278 ha grond werd verpacht aan 69 pachters. Er kwamen daarnaast vier pachthoven, drie molens en 13 visvijvers, naast bossen en heidegrond te koop. De vijvers lagen “achter de kerk van Serskamp”, in de huidige Eetgoedbossen. De fundering van het klooster moest tot 2 meter diep worden uitgegraven, zodat de grond voor landbouwdoeleinden geschikt werd. En zo geschiedde …
Het vredige, pastorale landschap tussen beide beken in het Zuiden van onze gemeente doet nu in niets meer denken aan de woelige geschiedenis die het heeft meegemaakt.

