Op de Bogaert, kortbij het kruispunt met de Rimeir, valt de imposante voorgevel van een boerderijwoning op. Ze staat bekend als de hoeve Moens. De hoofdactiviteit van de boerderij was meer dan 100 jaar geleden het kweken van ... hengsten.
In de jaren ’30 begon de teelt van lavendel, waardoor het zuiden van Wichelen een stukje Provence werd. Uit die lavendel werd kwaliteitsolie geperst. Verschillende mensen uit de buurt kwamen bij het plukken graag een handje toesteken. De activiteit ging tijdens de Tweede Wereldoorlog langzaam teloor, want de burgers hadden andere zorgen. Daarna werden er nog goudsbloemen gekweekt, waarmee zalf werd gemaakt die wonden samentrekt, de huid herstelt en desinfecteert. In de jaren ’60 en ’70 werden in serres tegenover de boerderij tomaten geteeld.
De bewoners van het huis waren naast landbouwer ook politieke zwaargewichten op onze gemeente. August Moens was burgemeester tussen 1922 en 1936, zijn zoon Herman - die na zijn huwelijk naar kasteel Janssens op de Margote verhuisde - eveneens van 1959 tot 1972 en een andere zoon, Frans, was OCMW-voorzitter tussen 1977 en 1983.
Volgens het kadasterarchief stond hier al in het begin van de 19de eeuw een klein, haast gesloten hoevecomplex, oorspronkelijk met een stokerij, dat alles al in het bezit van de genoemde familie.
Het huidige boerenburgerhuis is gebouwd in 1923. Opvallend zijn de horizontale accenten van wit geglazuurde baksteen met gekleurde vulling in dezelfde materie, de houten kroonlijst en de muuropeningen met kleurrijke bogen. De vensters beneden bevinden zich onder een latei met rozetjes en de fraaie dubbele voordeur heeft beglaasde deurlichten en gesmede ijzeren bloemmotieven, geflankeerd door geprofileerde hardstenen deurstijlen. En typerend voor ons Vlaams katholiek verleden: boven twee gekoppelde staldeuren op de binnenkoer is een mijterboogvormige nis gebouwd met, achter glas, het beeld van Sint-Antonius met zijn varkentje.

